Korte geschiedenis

Het communistische regime in Afghanistan (1978-1992): geschiedenis in vogelvlucht

Na een rustige periode met Zahir Shah als koning, pleegde zijn neef Mohammed Daoud in 1973 een geweldloze coup die een einde maakte aan de monarchie. Daoud riep zichzelf uit tot president. Hij zette zich in voor economische ontwikkelingen in zijn land. Hij kreeg in eerste instantie veel steun van de in 1965 opgerichte communistische partij, de DVPA. Daoud trok echter steeds meer macht naar zich toe, mede doordat de DVPA uiteenviel in twee groeperingen: de Khalq en de Parcham. Gedurende de daaropvolgende jaren zou de tweedeling tussen de Khalq en de Parcham steeds verder oplaaien, en uiteindelijk een belangrijke rol spelen in het uiteen vallen van de DVPA.

In 1978 begon Daoud met een zuivering van communisten in het leger en arresteerde 7 leiders van de DVPA. Dit was aanleiding voor een militaire communistische coup, de zogenaamde SAUR-revolutie. Bij deze coup kwamen Daoud en zijn familie om het leven en kwam de DVPA aan de macht onder leiding van Nur Muhammad Taraki, voormalig leider van de Khalq. Babrak Karmal, voormalig leider van de Parcham, werd met Hazfullah Amin benoemd tot vice-premier. Het zwaartepunt binnen de partij verschoof hiermee richting de Khalq.

Overal in Afghanistan braken gewapende opstanden uit. De eerste mensen vluchtten naar Pakistan en Iran. Taraki richtte de veiligheidsdienst AGSA op, om tegenstanders van het communistische regime te traceren en te vermoorden. In de korte tijd dat deze bestond zijn duizenden mensen gearresteerd, gemarteld en gedood.

Vice-premier Amin, een Khalqi, trok steeds meer macht naar zich toe en pleegde in 1979 een coup waarbij hij het presidentschap van Taraki overnam. Hij veranderde de naam van de AGSA naar KAM, maar aan de structuur van deze veiligheidsdienst veranderde vrijwel niets.

De Russen waren niet blij met Amin, en Amin niet met de Russen. Hij vond dat de Sovjets te veel macht hadden, en dwong de Russische ambassadeur het land te verlaten. Uiteindelijk duurde Amins presidentsschap maar een paar maanden. In december 1979 werd hij gedood bij een staatsgreep, die werd uitgevoerd met hulp van de Sovjet-Unie. Hierna trokken de Sovjet-troepen het land binnen om hun greep op Afghanistan te verstevigen. Zij zouden tot 1989 in het land blijven.

Tijdens de Sovjet-oorlog kwamen zo’n twee miljoen Afghanen om het leven, 1,5 miljoen raakten verminkt en meer dan vijf miljoen Afghanen ontvluchtten het land. 
Deze oorlog vormde de basis voor het inmiddels 37 jaar voortdurende conflict in Afghanistan.

Amin werd vervangen door Babrak Karmal, een Parchami. De oorlog tussen de marxistische regering en de Afghaanse mudjahedin werd steeds heftiger tijdens het leiderschap van Karmal. Het conflict veroorzaakte hongersnoden en verwoestte de infrastructuur. Toen de islamitische rebellen, de Mudjehedin, meer beschikking kreeg over moderne wapens verloor het communistische bewind de controle over het land. Veel mensen ontvluchtten Afghanistan.

Karmal schafte de beruchte veiligheidsdienst KAM af, maar verving deze vervolgens door de KhAD. De KhAD kwam onder leiding van Mohammad Najibullah te staan. Mede dankzij de functie als hoofd van de KhAD kreeg Najibullah meer heerschappij binnen de DVPA.

Nadjibullah nam geleidelijk aan de macht over, en werd in 1986 president van Afghanistan. De officiële naam van KhAD werd WAD, maar aan het systeem veranderde vrijwel niets. Om het land weer onder controle te krijgen probeerde Nadjibullah meer aandacht aan islamitische grondregels te geven. Ook gaf hij mogelijkheid tot het oprichten van politieke partijen. Het waren echter alleen uiterlijke aanpassingen. De DVPA, de Sovjets en de WAD bleven de grootste en belangrijkste spelers.

Na jarenlange oorlog, begonnen de Russen zich te realiseren dat de strijd tegen de mudjahedin een verloren strijd was. In 1988 begonnen de Sovjet-troepen zich terug te trekken, waardoor een van de belangrijkste pilaren van het communistische regime wegviel. De DVPA verloor hiermee veel macht. Nog steeds waren er binnen de partij veel meningsverschillen en ontevredenheid, waaraan de DVPA uiteindelijk ten onder ging. In 1992 werd Nadjibullah gedwongen af te treden. Niet lang daarna heersten verschillende mudjahedin in heel Afghanistan.

Meer lezen: Afghanistan, een geschiedenis door Willem Vogelsang (Uitgeverij Bulaaq, 2002)